Als opgroeiende jongeman liep ik vaker door de straten van mijn woonplaats. Ergens, in één van die straten in een flauwe bocht, stond een huis waarvan de ramen ouderwetse vitrage hadden. Wanneer het donker was liep ik er vaak langs om naar binnen te kijken, want de bewoners hadden de overgordijnen nooit gesloten.

Waarom ging ik daar zo vaak naar toe? Boven de schoorsteen van de kolengestookte kachel hing een groot kruisbeeld. Het kruis was donkerbruin en de voorstelling was in bronsachtig gegoten. Daar keek ik minutenlang naar. Ik vond het vreemd.

In deze, zeg maar vrij Rode, stad, vond ik dat een vreemde situatie. Zouden de bewoners niets afweten van al die anderen in deze stad, die alsmaar de straat opgingen om te jouwen en te jengelen over den Arbeid, die zo hoog in het vaandel stond? Waarschijnlijk niet. Anders hadden ze dat kruisbeeld daar niet zo pontificaal opgehangen. En zeker niet met de telkens geopende overgordijnen. De voorbijgangers, zoals ik er een was, hadden vrij zicht op hun levenswijze.

kruisbeeld_rk_gedeelte.jpg

Het was nu niet zo dat je alles in de kamer vrijelijk kon aanschouwen, neen, de bewoners hadden keurig hier en daar een soort stelling opgebouwd waardoor je niets kon zien. Henzelf ook niet.

Waarschijnlijk zaten zij immer aan de raamkant. Het venster was nogal aan de hoge kant en daar beneden, binnen, zaten zij dan. Heerlijk op een sofa te genieten van de radio of misschien was de man des huizes wel uithuizig en zat slechts de huisvrouw op de sofa met haar breiwerkje te frutselen. Ik heb het nooit kunnen achterhalen omdat ik er overdag nooit ben geweest. Ik durfde niet. Stel dat ze mij zouden zien en misschien wel herkennen, omdat het altijd mogelijk is dat, wanneer ik daar op nachtelijke sluiptocht ging, er wel eens iemand een geheime positie had ingenomen. Dan was ik allang niet meer anoniem en daarom durfde ik niet bij daglicht voorbij het huis te lopen.

Zoiets heb ik nou altijd al gehad. Lekker gluren naar anderen terwijl niemand mij kan zien. Alhoewel, er zullen heus wel de nodige spionnen zijn die al mijn gangen na zullen sluipen.

Maar dat kruisbeeld. Mijn grote interesse daarvoor. Het is niet voor niets. Soms, wanneer ik niets te doen had, ging ik wel eens naar de Noorderbegraafplaats. Daar stond een enorm groot kruisbeeld in wit marmer met ernaast twee beelden. Rechts Maria en links de Here zelf. Terwijl diezelfde Here ook aan het kruis hing. Hoe kan dat, vroeg ik mij af. Ik dacht en peinsde lang na en begreep het niet.

Ach, ik kom hier nooit uit. Laat ik maar verder lopen. Het is nu kermis in de stad.