Antwerpen, 1968
De zolder is wel groot maar erg rommelig en het stinkt er. Jakkes, moeten we hier nu slapen met z’n allen… Herman ligt al op één van de ouwe matrassen, Henk en Kyoko zitten wat te babbelen en ik krijg de kriebels van deze zolder. De hier rondslingerende dekens zijn niet bepaald fris en ik weiger dan ook onder zo’n vettig ding te gaan liggen. Daarbij heb ik helemaal geen slaap.
Ik loop de trap af en ga naar buiten. Langs de Kathedraal loop ik naar de Schelde om al die lichtjes te zien en om de schepen langs de kade te zien liggen. Het is nieuwjaarsdag, vroeg in de morgen, links en rechts liggen braaksels van hen die de jaarovergang niet hebben kunnen verdragen.
De reuk van frieten en ruwe olie zijn doordringend. Hier en daar een verdwaalde stem, ergens in de verte hoor ik iemand op een blokfluit spelen.
Heerlijk hier te zijn.

No comments yet
Feed met reacties voor dit artikel